Heggen
Landelijke heg
Het vlechten van heggen is een wijze van onderhoud. Daarover op de volgende pagina meer. Er is natuurlijk nog veel meer over heggen te vertellen. Op deze pagina een stukje over de geschiedenis van heggen en het belang van heggen voor planten en dieren. Het tweede gedeelte gaat over de aanleg en het onderhoud van landelijke heggen.
Terug naar bovenGeschiedenis
De allereerste landbouwers in Nederland maakten van dood hout gevlochten hekwerken. Ze waren vergelijkbaar met wilgentenen tuinschermen die hier en daar in tuinen staan. Deze lange hekwerken moesten regelmatig vervangen worden en daarvoor was erg veel hout nodig. Toen de bevolking groeide ging men ze daarom van levende planten maken. De landelijke heg is al oud. Julius Caesar vertelt in zijn verslag over de Gallische oorlog uitvoerig over het dichte netwerk van heggen in zuid Nederland en in de Middeleeuwen waren heggen ook populair. Een grote uitbreiding van het aantal heggen in noordwest Europa vond in de 18e en 19e eeuw plaats. In deze periode komt er een eind aan het gemeenschappelijk grondbezit en gaan de nieuwe landeigenaren hun velden afbakenen met heggen.
De heg is eeuwenlang belangrijk geweest als perceelscheiding en veekering. Maar de heg had nog andere voordelen. Hij is de vindplaats van veel geneeskrachtige kruiden (bijvoorbeeld Alruinwortel en Robertskruid), hij was een bron van voedsel (bijvoorbeeld hazelnoten, sleedoornpruimen, wild) en van brand- en constructiehout.
Veel heggen in Nederland zijn verloren gegaan door de introductie van prikkeldraad (eind 19e eeuw), de schaalvergroting in de landbouw en de ruilverkavelingen. Om hoeveel kilometer heg het precies gaat is moeilijk te zeggen omdat heggen en houtwallen en singels in de statistieken vaak samengevoegd zijn. Een ruwe schatting gebaseerd op een vergelijking van topografische kaarten van 1880/1910 en 1978 toont aan dat ruim 70% van de heggen in deze periode in Nederland verdwenen is, ofwel tienduizenden kilometers! Ook elders in West-Europa zijn heggenlandschappen ernstig aangetast. Geschat wordt dat er in Engeland sinds 1980 alleen al ruim 130.000 km aan heggen verdwenen is! Veel heggen zijn gerooid maar mogelijk nog meer zijn er verdwenen door gebrek aan onderhoud.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor onze woonomgeving, voor de geschiedenis van de streek en voor ecologische verbindingszones. Kleine landschapselementen, zoals heggen, poelen, houtwallen, krijgen steeds meer aandacht. Veel vrijwilligers helpen bij het onderhoud en de overheid subsidieert aanleg en soms onderhoud. Hierdoor zijn de heggen ook weer meer in de belangstelling komen te staan, want het is een groenelement met een boeiende geschiedenis, met een streekgebonden karakter, mooi en goed voor de natuur.
Terug naar bovenHeggen, planten en dieren
Heggen behoren tot de laatste leefgebieden van wilde planten en dieren in onze intensief beheerde akkers en weiden. Langwerpige eilandjes zijn het, die ecologisch veel belangrijker zijn dan hun kleine oppervlak doet vermoeden. Door grote variatie in begroeiing en microklimaat bieden ze planten en dieren veel mogelijkheden. Dieren bieden ze beschutting, een leefgebied, voedsel en een verbindingsweg tussen de open velden. Veel vogels, zoals heggemus en braamsluiper, vinden in de heg een uitstekende plek om te nestelen en een voedselrijke omgeving. Dassen, marterachtigen maar ook tal van grotere en kleinere dieren gebruiken de dekking van de heg om zicht te verplaatsen of gebruiken, zoals de kerkuil, de heg als uitvalsbasis. Voor kleinere dieren als reptielen, amfibieën en insecten is de heg onontbeerlijk voor hun aanwezigheid in het gebied.
Niet elke heg is voor de natuur van evenveel belang. Een slecht beheerde heg die door het vee wordt kaalgevreten heeft nauwelijks nog een kruidlaag, heeft geen dicht netwerk van takken, en vormt geen aaneengesloten geheel. Een voor plant en dier goede heg bestaat dus uit een zoom (grassen en kruiden), diverse soorten struiken en hier en daar een boom. Een voor de natuur, maar ook voor bewoners en bezoekers, goed heggenlandschap bestaat uit een afwisseling van lage en hoge heggen. Het is bovendien belangrijk dat heggen (houtwallen, poelen ed) onderling voldoende op elkaar aansluiten. Hiervoor is goed beheer noodzakelijk.
Terug naar bovenStreekgebonden kenmerken
Landelijke heggen komen niet overal in Nederland voor. Ze zijn vooral te vinden in de uiterwaarden van de grote rivieren, de zandgronden met hun essen, kampen en beekdalen, en de zeekleigebieden. In waterrijke gebieden kom je weinig heggen tegen want daar zijn sloten de ideale perceelscheiding en veekering.
De landelijke heg is niet overal hetzelfde in opbouw, soortensamenstelling en onderhoud. De functie van heggen verschilden vroeger niet zozeer tussen streken. Vooral door verschillen in bodems en waterhuishouding zijn er streekgebonden kenmerken ontstaan in:
- Opbouw
In zeekleigebieden en uiterwaarden, gebieden waar afwatering belangrijk is maar sloten ook regelmatig droog staan, vinden heggen vaak aan de rand van sloten. Op de zandgronden is dit zelden het geval. Vroeger stonden veel heggen op de zandgronden op wallichamen met aan één of beide zijden een greppel of sloot.. Gave heggen op wallichamen zijn een zeldzaamheid geworden. Varianten, de wildwal (of boswal) en de landweer, bestonden uit gevlochten struiken en bomen op lange, opgeworpen wallen. Ze zijn hier en daar nog te vinden, maar nog niet goed in kaart gebracht.
- Soortensamenstelling
Regionaal verschilt vooral het aandeel van de verschillende soorten struiken, bomen en klimplanten in heggen. De minder voorkomende soorten komen we soms in de ene streek wel en de andere niet tegen. De belangrijkste reden voor verschillen in samenstelling zijn de uiteenlopende groeiomstandigheden en het beheer van de heggen.
De meest voorkomende en in aandeel overheersende struiken zijn de éénstijlige meidoorn en sleedoorn. Struiken die door hun doorns en groeiwijze de basis van een veekerende heg vormen. Vlier en hondsroos komen zijn ook algemeen voor. Regelmatig komen we struiken als Gelderse roos, Rode kornoelje en Kardinaalsmuts in heggen tegen. Wegedoorn, Twééstijlige meidoorn, Spaanse aak en rozensoorten als de Heggenroos zijn bijzondere soorten, die veel meer streekgebonden zijn. Bomen als Gewone es, Zomereik, Schietwilg en Spaanse aak, en klimplanten als Braam, Bosrank, Hop en Kamperfoelie zijn veel voorkomend. Soortenrijke heggen zijn over het algemeen erg oude heggen. Veel van de nieuwe aanplant bestaat uit Eénstijlige meidoorn met hier en daar een Hondsroos en een door de vogels ingevlogen Vlier. De soorten in oude heggen laten zien welke soorten in de oude (ooi)bossen voorkwamen. De heggen vormen zo de laatste aanknopingspunten met deze verdwenen bossen.
- Onderhoud
Ook op dit punt kwamen regionale verschillen voor. Belangrijk verschil is in hoeverre en op welke wijze de heggen gevlochten werden. Dit verschilde waarschijnlijk afhankelijk van de gehouden diersoorten en de manier van landbouwen. De plaatse van de heg was ook belangrijk want veekerende heggen rond akkers werden veel intensiever onderhouden dan heggen in de weidegebieden. Meer over het vlechten van heggen op de volgende pagina.
Terug naar boven
Aanleg
Op algemene technische aspecten van het planten van een heg gaan we hier niet in. Wel staan we even stil bij:
- Soortensamenstelling: Een groot aantal soorten struiken en bomen kunnen gebruikt worden. Het is bij de keuze belangrijk rekening te houden met:
- Natuurlijke omstandigheden, vooral grondsoort en waterhuishouding
- Toekomstige functie van de heg. Als de heg veekerend moet worden zal minimaal de 75% van de struiken doorndragend moeten zijn, bij voorkeur meidoorn en sleedoorn. Voor het vee giftige soorten zijn niet wenselijk, erg smakelijke evenmin in verband met vraat.
- Natuurwaarde. Variatie is het sleutelwoord. Plant dus verschillende soorten struiken (ondermeer besdragende), maar stop niet alle mogelijke struiken in een heg. Let op wat streekeigen soorten zijn (informeer bijvoorbeeld bij de provinciale landschapsorganisaties) en neem als het kan enkele (knot)bomen in de heg op. Denk ook aan ruimte voor een gevarieerde kruidenrand.
- Autochtoon plantsoen. Maak gebruik van autochtoon plantmateriaal. Dit helpt inheemse plantenpopulaties, die vaak sterk in aantal zijn afgenomen, in stand te houden. Het is beter voor de natuur omdat de soorten beter aangepast zijn. Er zijn aanwijzingen dat autochtone meidoorn ook beter bestand is tegen bacterievuur infecties. Gecertificeerd autochtoon en biologisch plantmateriaal is verkrijgbaar bij de firma Bronnen.
- Plantverband. Heggen kunnen in een enkele rij of in een dubbele (driehoeksverband) geplant worden. Houd grofweg 4 planten per meter aan in een enkele heg en 6 bij een dubbele heg. De afstand tuusen de rijen (bij dubbele rij) zo’n 25 cm. Als de heg gevlochten later gevlochten zal worden is het beter een enkelrijige heg te planten.
- Goede voorbereiding. Bij het planten kan veel fout gaan waardoor de heg slecht kan aanslaan. Let vooral op: - goede grondbewerking, - niet uitdrogen wortels van de jonge struiken voor het planten (plantsoen in plastic zakken bewaren), - niet planten bij vorst, veel wind, - zorgvuldig planten (niet te hoog of te diep), - let op overvloedig onkruid en uitdroging het eerste voorjaar.
Terug naar bovenBeheer
Gebrekkig beheer vormt de grootste bedreiging van landelijke heggen. Het is een sluipend kwaad. De struiken gaan niet direct dood maar verzwakken en verdwijnen beetje bij beetje. Het idee dat helemaal niets doen tot de beste heggen leidt, is overigens niet juist. Ook al wordt een heg niet elk jaar gesnoeid, beheer is op lange duur belangrijk. Punten van aandacht zijn:
- Snoeien - intensiteit. Dit is afhankelijk van de functie van de heg, wat wil je met de heg bereiken? Wil je hog, brede struwelen die veel bloemen en bessen produceren dan is weinig snoei geboden en kan er eens in de 20-25 jaar ingrijpend gesnoeid worden. Een veekerende heg vereist een dicht netwerk van takken. Vormsnoei van de lage heg is dan eens in de 1 à 2 jaar nodig om heg op gewenste hoogte te houden en een dichte vertakking te stimuleren.
Een geschoren heg moet 1 à 2 keer per jaar gesnoeid worden.
- Snoeien - manier waarop. Grote landelijke heggen kunnen machinaal gesnoeid worden. Een groot probleem is het ondeskundig gebruik van klepelmaaiers. Heggen dienen bij voorkeur geknipt of ‘gemaaid’ te worden en wel driezijdig en niet alleen de bovenkant. Machinaal snoeien is geen probleem, maar wel met oog voor kwaliteit! Bij machinaal snoeien is aandacht voor jonge bomen in de heg nodig. Veel (struweel)heggen in Nederland worden eens in de 6-8 jaar op 1-1.2 meter hoogte afgezaagd of afgeknepen. Een goedkope maar slechte onderhoudswijze. De heg wordt topzwaar (knotstruik), vaak kaal van onderen en er vindt geen natuurlijke verjonging plaats. Het goede alternatief: eens in de 20-25 jaar een struweelheg vlak boven de grond afzagen. Er ontwikkelt zich dan snel een jonge, gezonde volgende generatie. Een ander alternatief: laat de heg leggen, dan krijg je een veedichte, zichzelf verjongende heg.
- Vlechten en leggen. De volgende pagina gaat over het vlechten en leggen van heggen. Het zijn snoeitechnieken die er voor zorgen dat de heg goed gesloten blijft.
- Begrazing Een goed ontwikkelde heg houdt vee tegen en behoeft dus geen bescherming. Dat gaat niet goed als er veel vee (koeien en schapen) in de wei staat. Geiten kunnen niet zonder een stroomdraadje of raster en paarden vormen een moeilijk onderwerp. Heggen kunnen paardenrasters prima camoufleren en een paard tegenhouden. Maar als ze het echt in hun kop krijgen… Begrazing door paarden evenals hoge veedruk zijn wel schadelijk. Er ontstaat dan een typische vraatlijn, struiken sterven af, en de heg wordt open. Een raster op minimaal 1 meter van de gewenste breedte van de heg (1.5-2 m. bij paarden) biedt uitkomst. Voor het handhaven van een kruidenzoom is het nodig een strook van 3-5 meter af te zetten.
- Zoombeheer Voorkom dat de heg en de kruidenzoom meedelen in de bemesting en chemische bestrijdingsmiddelen die op aangrenzende akkers en weiden wordt toegepast. Verschralen van de zomen door afvoeren van maaisel is het beste. In dat geval dient de afrastering minimaal 3 meter uit de heg te staan. Alternatief is de afrastering 1 meter uit de heg te plaatsen en het veel de randen te laten begrazen. Beslist af te raden is een brede afrastering en niet maaien, want dan is de kans groot dat de hegrand een groot brandnetel/braamfestijn wordt.
Terug naar bovenRestauratie oude heggen
Veel heggen zijn verwaarloosd. Dat valt bij de vaak overweldigende hoeveelheid groen en bloesem in het voorjaar en de zomer niet zo snel op, maar een kritische blik in de winter laat vaak een veel minder rooskleurig beeld zien: grote gaten, veel dood hout, struiken die aan de basis ingerot zijn, topzware struiken, veel vlieren ed.
Dergelijke heggen hebben veel achterstallig onderhoud en verdienen het gerestaureerd te worden. Hoe er gerestaureerd wordt hangt af van wat de eigenaar in de toekomst met de heg wil.
Laag afzagen, bijplanten en een aantal jaren goed onderhouden is de eenvoudigste oplossing. Maar soms wil je de oude heg niet kwijt en is de eerste stap de heg fatsoeneren: dood, aangetast hout verwijderen, draad, gaas en afval verwijderen, bramen en vlieren wegkappen. Waar gaten ontstaan zijn deze opvullen met nieuwe, liefst inheemse, struiken. Indien de heg veekerend dient te worden en/of vrij zichtveld mogelijk moet maken, is het leggen van de heg noodzakelijk. Hiervoor dienen de struiken voldoende hoog te zijn. Vaak is dit niet het geval en is het nodig de heg een aantal jaren slechts aan de zijkanten te snoeien en in hoogte onbelemmerd te laten groeien. Indien de heg minimaal 3 meter hoog is kan de heg gelegd worden. Hierdoor treedt tevens verjonging van oude struiken op, waardoor ook struiken die er in het begin slecht aan toe waren maar om ecologische, cultuurhistorische of landschappelijke redenen niet laag zijn afgezet, weer een herstart kunnen maken. We kiezen dus bewust niet voor het afzetten van struiken op 1-1.2 meter hoogte omdat dit niet leidt tot dichte heg, verjongde heg, maar tot een topzware heg die rust op dezelfde (oude) stammen.
Restauratie is niet een eenmalige ingreep. Vooral de eerste jaren moet de vinger aan de pols gehouden worden want brandnetels, bramen, hop en bosrank maken graag gebruik van vrijgekomen ruimte.















